0
Je winkelwagen

J&B #01: Een Hond voor Jarie

een hond voor jarie

Er was eens een jongen genaamd Jarie die in een klein dorpje woonde. Hij was een vrolijk kind dat graag buiten speelde. Hij had veel vriendjes, maar hij miste wel een huisdier.

Jarie had al heel lang een hond willen hebben. Hij droomde ervan om samen met een hond te spelen in het bos, te wandelen door de heuvels en te zwemmen in de rivier.

Spelen in het bos

Op een dag was Jarie aan het spelen in het bos toen hij een klein hondje zag. Het hondje was bruin met een witte buik. Het hondje had een lieve blik en het kwispelde met zijn staart.

Jarie liep naar het hondje toe en aaide het. Het hondje begon tegen Jarie te likken. Jarie wist meteen dat dit de hond was die hij wilde hebben.

Jarie wilde het hondje graag meenemen naar huis, maar hij wist dat zijn ouders geen hond wilden. Ze hadden het te druk met hun werk en ze dachten dat een hond te veel werk zou zijn.

Jarie wist niet wat hij moest doen. Hij wilde het hondje niet in het bos achterlaten, maar hij wilde het ook niet verbergen voor zijn ouders.

Onder het bed

Die avond, toen Jarie thuiskwam, verstopte hij het hondje in zijn kamer. Hij maakte een plekje vrij onder zijn bed en legde er een lekker kleedje voor het hondje neer.

Het hondje was blij dat het een plekje had om te slapen. Het kwispelde met zijn staart en ging slapen.

De volgende dag was Jarie zo blij om het hondje weer te zien. Ze speelden samen in de tuin en ze gingen wandelen in het bos.

De ouders van Jarie

Jarie’s ouders merkten dat Jarie anders was. Hij was vrolijker en hij lachte meer. Ze vroegen hem wat er aan de hand was.

Jarie vertelde zijn ouders over het hondje. Hij zei dat hij het hondje had gevonden in het bos en dat hij het hondje had verstopt in zijn kamer.

Jarie’s ouders waren verrast. Ze hadden niet gedacht dat Jarie zo graag een hond wilde. Ze vonden het hondje ook schattig, maar ze waren nog steeds bang dat het te veel werk zou zijn.

Jarie beloofde zijn ouders dat hij voor het hondje zou zorgen. Hij zou het hondje elke dag uitlaten, het hondje eten geven en het hondje verzorgen.

Jarie’s ouders waren onder de indruk van Jarie’s beloftes. Ze besloten dat het hondje bij Jarie mocht blijven.

Bruno

Jarie was zo blij. Hij had eindelijk zijn eigen hond. Hij noemde het hondje Bruno.

Jarie en Bruno waren onafscheidelijk. Ze speelden samen elke dag en ze hadden veel plezier samen.

Jarie was zo blij dat hij Bruno had gevonden. Bruno was de beste vriend die hij ooit had gehad.